Ferdinand Hamer 1840-1900

 • China • Missiepionier • Bisschop • Martelaar •



Ferdinand Hamer
1840 (Nijmegen) 1900 (T'ouo-tch'eng)

Bisschop Hamerhuis, Nijmegen. Deel van het glas-in-loodraam in het trappenhuis. 

Het geboortehuis van Ferdinand Hamer, Molenstraat 122, Nijmegen, is het tweede huis links, de gevel van de eerste verdieping is geelgroen. 

Wok Nijmegen (2016). Molenstraat 122. Geboortehuis van Ferdinand Hamer. Onder de dakrand is een gevelsteen aangebracht.

Gevelsteen Molenstraat 122 Nijmegen. 1840 * Ferdinand Hamer † 1900 werd hier geboren. 

1840 Nijmegen

Op vrijdag 21 augustus 1840 werd Ferdinand Hamer geboren in een kleine woning in Nijmegen. Zijn ouders, Hendrik Hamer, kruidenier, en Alida van Aernsbergen, naaister, lieten Ferdinand op de dag van zijn geboorte dopen in de parochiekerk St. Ignatius, de 'Molenstraatkerk' van de paters Jezuïeten aan de Molenstraat.

Vader Hendrik was er kerkmeester. De kleine Ferdinand had vier oudere broers en twee zusters. Na Ferdinand kwamen nog een broertje en een zusje. 

De kleine Ferdinand, drie jaar oud, ging naar de bewaarschool van de Zusters J.M.J. (Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef) in de Burchtstraat. Vervolgens, Ferdinand was zes geworden, bezocht hij de lagere school van meester Potharst. Hij werd misdienaar in de Molenstraatkerk.

Ferdinand Hamer volgde de priesteropleiding aan het grootseminarie in Rijsenburgbij Driebergen. 

1864 Priester

Twee oudere broers van Ferdinand Hamer werden priester. Ferdinand volgde hun voorbeeld. Hij was twaalf jaar toen hij vertrok naar Kuilenburg (Culemborg) en er begon aan zijn opleiding aan het kleinseminarie van de paters Jezuïeten. Rekenen kon hij goed. De talen waren minder. Hij was een ijverige en vrome leerling, geen uitblinker.

Ferdinand schreef later, toen hij een jaar in China was, in een van zijn brieven: ‘Nu om de woorden van mijn ouden president van het kleinseminarie aan te halen, die zeide altijd, Hamertje is een goed jongentje, maar hij bouwt niet hoog, of vliegt niet hoog.’

Ferdinand werd te licht bevonden om, zoals een van zijn broers, Jezuïet te worden.

Hij kreeg het advies om zijn priesteropleiding af te maken aan het nieuwe grootseminarie in Rijsenburg, bij Driebergen. Daar werden vanaf 1857 de zielenherders voor het aartsbisdom Utrecht gevormd. 

Op 10 augustus 1864 wijdde Mgr. Andreas Schaepman, de aartsbisschop van Utrecht, Ferdinand Hamer tot priester.

De jonge geestelijke droeg in zijn geboortestad Nijmegen, in de St. Ignatiuskerk aan de Molenstraat, zijn eerste heilige mis op. Zijn priesterbroers, de Franciscaan Jacobus en de Jezuïet Joannes, assisteerden.

Ferdinand Hamer als jong priester.

Ferdinand vertrok naar Brussel. Hij was welkom bij de Scheutisten, een nieuwe missiecongregatie, gericht op China. Na de tweede Opiumoorlog (1856-1860) lag heel China open voor de verspreiding van het christendom. 

Ongeloovige kinderen in Sina

In Europa gingen verhalen rond over het treurige lot van veel kinderen in het Hemelse Rijk, China. Ongewenste baby’s, vooral meisjes, werden verlaten of om het leven gebracht. Zij stierven zonder de genade van het doopsel. Vergeefs klopten zij dan ook aan op de hemelpoort: Petrus liet ongedoopte kinderen niet binnen. 

In 1843 werd in Frankrijk een speciaal missiegenootschap voor kinderen, het ‘Genootschap van de Heilige Kindsheid’ opgericht. 


Genootschap der Heilige Kindsheid. Titelpagina van het tijdschrift (Annalen).

Nederland kreeg een eerste afdeling in 1848, in Tilburg: ‘Het Genootschap der Heilige Kindsheid Tot het Doopen en vrijkoopen der ongeloovige kinderen in China en andere afgodische landen’. 

De priester Guido Gezelle publiceerde in 'Vlaemsche dichtoefeningen' (1858) het gedicht 'Het Weezekind van Sina. 'k Ben een Sineesche weeze, een weeze vol ellende'.







Prentje van het Genootschap der Heilige Kindsheid.

De Scheutisten waren eerst van plan geweest om in China een weeshuis op te richten. Dit plan werd al vroeg uitgebreid: Rome wees een groot missiegebied in China, het reusachtige Binnen-Mongolië, als werkterrein toe aan de Scheutisten. Daar zouden zij als missionarissen gaan werken. Het opzetten van weeshuizen was een belangrijk onderdeel van het missiewerk. 

Familie Hamer. Nijmegen 1865. 

1865 Afscheid

De jonge Ferdinand mocht mee met de eerste Scheut-karavaan naar China. Hij kwam eind juni 1865 afscheid nemen van zijn familie in Nijmegen. Een mooie gelegenheid om een foto te laten maken. Zijn ouders, vader Hendrik en moeder Alida, zitten vooraan, in het midden. Rechts is Marietje (Mietje) te zien. Links vooraan zit Gerardus. Op de achterste rij staan, van links naar rechts, Johannes (Jezuïet), Geertruida (Congregatie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis), Hendrikus (met bakkebaarden), Anna (Congregatie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis), Jacobus (Franciscaan), Petrus (Piet). De jonge Ferdinand, 25 jaar oud, staat rechts, in zijn priesterkleding.

Zijn ouders stuurden hun eerwaarde zoon Ferdinand, even voor zijn vertrek naar China, een afscheidsbrief die eindigde met de woorden: ‘Verder, geliefde Ferdinand, herinnert U de laatste woorden van moeder: ‘‘Houd moed; het is Gods wil.’’

Ferdinand Hamer zou zijn ouders niet meer terugzien. 

De eerste karavaan


De eerste karavaan naar China bestond uit vier priesters (Eerwaarde Paters) en hun assistent. 

Théophile Verbist (de stichter van de congregatie, 42 jaar), Aloïs Van Segvelt (39), Frans Vranckx (35) en Ferdinand Hamer (25) werden bijgestaan door Paul Splingard (22 jaar), een handige jongeman die al snel goed Chinees wist te spreken. Hij zou een Chinese vrouw trouwen, een groot gezin stichten en het tot mandarijn brengen. 


 Ferdinand Hamer als jong priester, in Brussel.

Van Brussel naar Siwantze. 

De eerste vier missionarissen van Scheut en hun assistent vertrokken op 25 augustus 1865 uit Brussel. Zij bereikten hun einddoel Siwantze, het einddoel van hun reis, op zes december 1865.

 




Han-Mouo-Li (韩 默 理)

Ferdinand Hamer kreeg in China de naam Han-Mouo-Li (韩 默 理); Han die de wetenschap beoefent. 

De pioniers in Chinese winterkledij.

De Eerwaarde Paters Verbist, Van Segvelt, Vranckx en Hamer met de Eerwaarde Broeder Splingaerd.  

 Si wandze ten noorden van de Grote Muur. 

De voornaamste straat van Siwantze met de kerk van 1862.

1866 Missiepionier

Ferdinand Hamer ging werken in Ghe Schwi (Heishui), een gebied ten noordoosten van Siwantze. Stortbuien spoelden de zwarte aarde van de berghellingen. Het gebied stond dan ook bekend als de Zwarte Wateren. Zijn standplaats werd het dorpje K'ou-li-t'ou (Voet van de Berg). Er stond een kleine kerk van aangestampte aarde. Naast de kerk lag de pastorie. Ferdinand betrok er een kleine kamer met vensters van papier.

Tegenover de pastorie van K'ou-li-t'ou lag het weeshuis. Een oude weduwe en twee Chinese zusters zorgden er voor 19 meisjes, van drie tot twaalf jaar oud.

Te paard bezocht hij de 21 christendorpen in ‘de Zwarte Wateren’, die gemiddeld op twee dagreizen van elkaar verwijderd lagen en samen 1691 christenen telden. Hij ging op ziekenbezoek en stond stervenden bij. Hij doopte, hoorde biecht, zegende en droeg missen op. Ferdinand had de tijd van zijn leven.


 Ferdinand Hamer. Missionaris in het gebied van de "Zwarte Wateren".

Ferdinand voelde zich thuis in K’ou-li-t’ou. Hij was de Han Sjen Fou (geestelijk vader) van de christenen. Voor de Scheut-missie was hij de eerste veldwerker, de pionier.

Ferdinand Hamer leerde Chinees. Hij richtte een school voor jongens op en een aparte school voor meisjes. In de winter van 1867 doopte hij zes jonge weeskinderen








Ferdinand Hamer als jong missionaris.

Zijn overste, Théophile Verbist, de stichter van Scheut, was tevreden over hem: 'De goede 

God heeft ons in hem een volmaakte missionaris gegeven. Zijn christenen houden van hem als een vader; hij leeft helemaal voor hen.'

Missiën van Scheut: Mongolië. Hij offert... maar niet voor den waren God.

Théophile Verbist kreeg de organisatie van de missie op orde. Hij maakte plannen om terug te keren naar België om daar de congregatie te versterken en uit te bouwen. Voordat hij uit China zou vertrekken wilde hij nog een dienstreis door het missiegebied maken. In het dorpje Lao-hou-keou (Tijgervallei) kreeg Verbist koorts. Ferdinand Hamer werd per koerier gewaarschuwd. Hij reed te paard van K'ou-li-t'ou naar Lao-hou-keou maar kwam te laat. Verbist overleed op 23 februari 1868 aan vlektyfus, een beruchte ziekte die veel missionarissen het leven kostte. 

Ferdinand Hamer werd bisschop in 1878.

1878 Bisschop in het westen van China

Paus Leo XIII benoemde Ferdinand Hamer in 1878 tot de eerste apostolisch vicaris (bisschop) van Kansou, Qinghai (Koukounor) en Xinjiang (Ili, Chinees Turkestan / Tartarije), een nieuw missiegebied in het verre westen van China.

Op 25 november 1878, een maand na zijn wijding tot bisschop, vertrok Ferdinand Hamer, 38 jaar oud, met de Scheutisten Albert Gueluy, Andries Jansen, Lieven van Ostade en de Chinese priester Tou naar het nog onbekende missiegebied. Zij trokken naar Hohhot (de Blauwe stad). Vandaar verder, de bagage geladen op kamelen, stroomopwaarts langs de Gele rivier (Hoang-ho). Eerst naar Santaoho (nabij het huidige Dengkou), dat in 1868 verwoest en uitgemoord was door opstandige moslims. Daarna naar Ning-sia (Yinchuan), een grote stad, geplunderd en eveneens uitgemoord. Het gezelschap wist ongedeerd Lantcheou, de hoofdstad van Kansou (Gansu), te bereiken.

De intocht van bisschop Hamer in Lantcheou, de hoofdstad van de provincie Kansou.

Bisschop Hamer was niet welkom in Kansou. De Chinese overheid werkte hem tegen. Frankrijk steunde de missie in China en de bisschop zocht herhaaldelijk steun bij Franse diplomaten in Peking.

Ferdinand Hamer koos als standplaats het dorp Liangtcheou (het huidige Wuwei). Hij schreef zijn familie in 1882: ‘ofschoon ik de 40 gepasseerd ben en een kruis op mijn borst draag, ben ik nog altijd dezelfde Ferdinand zoals Gij dien voor 18 jaren gekend hebt; wat ouder in jaren en nog altijd hetzelfde hart; vroolijk in de Heer.’

In 1887 verhuisde hij naar de missiepost Sikiang (Soung-chou-tchouang: ''Notre Dame des Pins'' / Pijnbomen), op twee uur reistijd van Liangtcheou. Sikiang (Xixiang) telde 250 christenen. Er waren een fraaie kerk, een kostschool en een kleinseminarie gebouwd. N.D. des Pins groeide uit tot het centrum van de missie. 

Ferdinand Hamer met zijn koetsier Eul-piën-dze.

Tien jaar lang verrichtte Ferdinand Hamer pionierswerk in Kan-sou. Het aantal gelovigen nam langzaam toe, van 1500 in 1879 tot meer dan tweeduizend in 1889. Het werd christenen verboden om papaver te telen en opium te schuiven. Ferdinand Hamer bleek met succes fondsen te kunnen werven in Europa. Er werden zeventien missieposten gesticht. Hij bouwde weeshuizen, klinieken en zelfs een grootseminarie.

Ferdinand Hamer vierde in 1889 zijn 25-jarig priesterjubileum.

1889 Bisschop in de Ordos

Ferdinand Hamer ontving in 1889 een nieuwe benoeming van Paus Leo XIII. Hij werd bisschop in de Ordos (Z.W. Mongolië). Het bericht van zijn overplaatsing bereikte hem toen hij zijn 25-jarig, zilveren priesterjubileum vierde. 

Hij vertrok naar Santaoho, een dorp aan de Gele Rivier (Hoang-ho). Santaoho (Drie Waterwegen) was de bisschoppelijke residentie van zijn nieuw missiegebied, de Ordos.

De Ordos missie kwam tot bloei. Er werden gronden van de rondtrekkende Mongolen voor langere tijd gepacht. Daar konden arme Chinezen gaan boeren als zij openstonden voor het geloof. In 1891 schreef Ferdinand Hamer in een brief over deze aanpak: prius (primum) vivere, deinde philosophari; eerst zorgen voor bestaanszekerheid, dan bekeren.


Bisschop Hamer met zijn priesters.

1890 Met verlof

Monseigneur Hamer. Photograaf Ant. C. Reelick. Parkweg, Nijmegen

Zijn gezondheid leed onder het harde bestaan. Ferdinand Hamer, 49 jaar, afgemat en ziek, vertrok in 1890 naar Europa. Hij hoopte er te genezen van hardnekkige maagklachten.

De ontvangst in zijn geboortestad Nijmegen, op 26 mei 1890, was groots. Het tijdschrift de Gelderlander schreef een uitgebreid verslag: ‘De vreugde van het Katholieke Nijmegen bij het wederzien van zijn Doorluchtigen Zoon, Mgr. Hamer, openbaarde zich gisterenavond nogmaals in een opgewekte, feestelijke stemming van geheel de stad en in een luisterrijke serenade.’ De straten stonden vol met mensen. De stoet was lang; fakkeldragers, een muziekkorps, verenigingen met hun vaandels. 

Familie en vrienden vroegen Ferdinand Hamer om in Nederland te blijven. Hij liet zich niet overtuigen: ‘Een missionaris, evenals een trouw strijder, sterft op het veld van eer.’

Op 11 maart 1891 nam bisschop Hamer voorgoed afscheid van Nijmegen. Honderd dagen later was hij, aangesterkt, weer terug in Santaoho, de bisschoppelijke residentie van de Ordos. 

In Santaoho voltooide Ferdinand Hamer in 1893 een nieuwe kerk, een kathedraal in gotische stijl, die op 1 november plechtig in gebruik werd genomen. In de crypte, de grafkelder onder het koor, kregen overleden missionarissen hun laatste rustplaats.

Kathedraal in Santaoho, gebouwd door Monseigneur Hamer.

 Bisschop Ferdinand Hamer. Apostolisch vicaris van Ordos.

De foto is gebruikt voor het maken van de afbeelding van Mgr. Hamer in het glas-in-loodraam in het trappenhuis van het Bisschop Hamerhuis, Nijmegen.

Vanaf maart 1900 was de kleine missiepost Eul-che-se-king’ti de nieuwe woonplaats van bisschop Hamer. Eul-che-se-king’ti was een katholiek boerendorp in de T’oemet vlakte. Eul-che-se-king’ti was 24 bunders groot en werd daarom door de Scheutisten ‘de 24’ genoemd, of XXIV K’ing ti. De missiepost was onbeschermd; er was rondom het dorp geen wal van kleiaarde opgetrokken. Het onderkomen van Ferdinand Hamer was schamel: een lemen hut met een paar kamers. Hij maakte zich zorgen over het uitblijven van de regens en de toenemende honger onder de bevolking. 

Ferdinand Hamer met christenen van Eul-che-se-king'ti.

1899-1901 De Bokseropstand

De 'I Ho Ch'uan' (Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid), kortweg 'Boksers' waren een militant genootschap van Chinezen die in opstand kwamen tegen de grote invloed van het Westen.

De Boksers waanden zich onkwetsbaar, immuun voor zwaarden en kogels. 

Ferdinand Hamer onderkende de ernst van de situatie. Hij riep op 6 juli 1900 de zes missionarissen bij elkaar, die bij hem in ‘de 24’ bescherming hadden gezocht. Hij droeg hen op te vluchten om de toekomst van de missie veilig te stellen. De missionarissen maakten bezwaar. Zij wilden de bisschop en de christenen verdedigen, niet in de steek laten. Hamer eiste, als bisschop, gehoorzaamheid en gebood de missionarissen om naar Santaoho te vertrekken. ‘Ik blijf, gaat mijne kinderen. God zij met u’.

Het monument in Nijmegen laat dit dramatische moment zien: bisschop Hamer stuurt met een lichte armbeweging zijn missionarissen weg. Zij wisten hun leven te redden.

 De laatste foto van bisschop Ferdinand Hamer. Eul-che-se-king'ti, 1900.


Afscheidsbrief van bisschop Ferdinand Hamer.

Eerw Heeren,

Gij zult begrijpen, dat het geen tijdstip is om veel te schrijven: De Heeren, die dezen brief medebrengen, kunnen U alles vertellen. Ik blijf hier, offer mij geheel op voor het heil van het Vicariaat, de Eerw Missionarissen en de Christenen. Moge mijn offer aangenaam zijn aan O.L. Heer en tot heil der missie strekken. Zulks hoop ik te verkrijgen door Uwe gebeden. Ik bedank U allen en ieder in ‘t bijzonder voor Uwen ijver, voor de hulp en troost die Gij mij verleend hebt en voor zoo ver ik U beleedigd mocht hebben of door mijn slecht voorbeeld ontsticht, vraag ik U om vergeving en verzoek U mij in Uwe gebeden en H. Offerande indachtig te zijn.

In den geest omhels ik U en geef U mijnen bisschoppelijken zegen,

 † Ferd. H Hamer
.Vic. Ap
___ 

Boksers verzamelden zich in de marktplaats T’ouo-tch’eng, op 60 km van ‘de 24’. Op 11 juli 1900 bestormden zij Eul-che-se-king’ti, schreeuwend ‘Cha Cha, sla dood, sla dood’. ‘De 24’ hield stand.

Op 13 juli vond opnieuw een aanval plaats. Ook deze kon worden afgeslagen. Op 19 juli, bij de derde aanval, braken de Boksers, nu samen met troepen van het Chinese leger, het verzet en Eul-che-se-king’ti werd ingenomen. Ferdinand Hamer trok zich terug in de kerk.

Soldaten grepen de biddende bisschop en sleurden hem de kerk uit. Op de binnenplaats bonden zij hem aan een boom. Voor zijn ogen werd een bloedbad aangericht. Mannen, vrouwen en kinderen werden afgeslacht. Jonge vrouwen werden weggevoerd om aan mensenhandelaars verkocht te worden. De bisschop werd geslagen en beschimpt. Aan handen en voeten opgehangen aan een paal, gedragen door twee mannen op hun schouders, werd hij weggedragen, ‘de 24’ uit.

1900 Martelaar

Op 24 juli 1900, op een veld buiten T’ouo-tch’eng, waar terechtstellingen werden voltrokken, stond een driepoot klaar: drie lange stokken, boven aan elkaar gebonden. De bisschop werd omwonden met watten, gedrenkt in olie. Aan zijn voeten werd hij in de driepoot gehangen, het hoofd omlaag. De watten werden in brand gestoken. De marteling wordt ‘het aansteken van de mensenkaars’ genoemd. De bisschop blies, met een diepe zucht, zijn laatste adem uit. De watten wilden niet goed branden. Het half verkoolde lijk werd van de driepoot gehaald. Het hoofd werd afgehakt en op een stok gestoken.

Ferdinand Hamer zou op 21 augustus 1900, een maand na zijn marteldood, zestig jaar zijn geworden. 

Missiën der Congregatie van Scheut in China in 1900. 







Nederland herdacht Ferdinand Hamer met een monument in Nijmegen. 

Het standbeeld werd in 1902 feestelijk onthuld. 

In het voetstuk staan de woorden gebeiteld waarmee Ferdinand Hamer zijn missionarissen wegstuurde uit de bedreigde missiepost: ‘Ik blijf, gaat mijne kinderen, God zij met u’.


Monument Ferdinand Hamer. Nijmegen.
Bisschop Hamer stuurt met een lichte armbeweging zijn missionarissen weg. 

De missionarissen sloegen op de vlucht en wisten zich in veiligheid te brengen. Ferdinand Hamer bleef achter. Hij overleefde de Bokseropstand niet. 

Het monument staat in de Bisschop Hamerstraat, bij het Keizer Karelplein. 

T'ouo-tch'eng. Monument voor Monseigneur F. Hamer, opgericht door de Chinezen, na afloop van de Bokseropstand.

Nijmegen. Het Missiehuis.

De Scheutisten bouwden in de jaren twintig van de vorige eeuw in Nijmegen een opleidingscentrum voor priesterstudenten, het Bisschop Hamerhuis.

Op het dak staat een Chinese pagode, met daarbovenop een kruis.

Ferdinand Hamer 
Missiepionier in China, Bisschop, Martelaar